Mooi hoor die data, nu nog het verhaal!

Welke informatie heeft de werkvloer nodig om werkprocessen te verbeteren? Met die vraag ging Anna-Maria Hazen, verpleegkundige (SEH en AOA) en beleidsmedewerker Kwaliteit & Veiligheid aan de slag. “We hebben talloze dossiers en SAP-data doorgeploegd. Doel: data te vergaren over alle VIR- en VMS-thema’s. De data zijn er nu grotendeels en op intranet toegankelijk voor iedereen. Maar data is niet hetzelfde als informatie. Om echt te verbeteren hebben we het verhaal achter die data nodig.”

Afhankelijk van de rol, geeft iedereen een andere duiding aan kwaliteit,” zegt Anna-Maria. Extern worden data opgevraagd, bijvoorbeeld drie keer per dag pijn meten. De manager is blij als het getal groei laat zien. Terwijl de werkvloer vindt: dit voegt niks toe. De zorgprofessional wil juist weten of de patiënt veel pijn heeft, of het juiste pijnbeleid is vastgesteld en of de pijn daardoor bij de volgende meting is gezakt. In nauwe samenwerking met Business Intelligence (BI) is voor alle NIAZ-normen en VMS-thema’s naar data gezocht . Sommige zijn vrij lastig uit tabellen te halen, dus dat betekende antwoorden zoeken in patiëntendossiers. Veel werk, maar zeer de moeite waard.”

Filteren en aan de slag!

Op Huisnet zijn de eerste data voor enkele thema’s in een dashboard voorhanden. Anna-Maria: “De gegevens zijn per maand beschikbaar. Werk je op afdeling X, dan klik je op die afdeling en zie je precies welke patiënten er de afgelopen maand lagen, om welke reden ze waren opgenomen en hoe je scoorde op de verschillende thema’s. Maar ook andere filters zijn mogelijk: bijvoorbeeld een chirurg wil pijnscores zien van alle chirurgische patiënten, of van alle patiënten die een knieprothese hebben gekregen.”

Nu de data maandelijks systematisch in het dashboard worden gepresenteerd, begint feitelijk het echte werk pas, realiseert Anna-Maria zich.“Want het dashboard biedt weliswaar veel data, maar data is nog geen informatie. Het wordt pas informatie op het moment dat je data deelt met de professionals die het werk uitvoeren en de data invoeren. Dan pas kun je interpreteren, en betekenis geven aan zorguitkomsten en verbeteringen.” Anna-Maria geeft voorbeelden. “Als ik bij een bepaalde groep patiënten zie, dat ze in de avond veel pijn krijgen en ze krijgen altijd pil A, dan moet ik misschien mijn protocol aanpassen en meer langwerkende pijnstillers geven. Of ik zie dat een groot percentage van patiënten die aan een bepaalde aandoening is geopereerd, lijdt aan ondervoeding, dan kan je als team eens kritisch kijken of het proces wel goed is ingericht. Zo kun je per patiëntengroep beleid of proces aanpassen. Dat vind ik de grote kracht van dit instrument.”


Managementdata zet niemand in beweging

“Stel ik zeg: Zuyderland doet het voor 80% goed. Dan komt echt niemand in beweging. Niet vreemd ook, zo’n getal zegt helemaal niets over wat je dan moet doen. Want welke processtappen bepalen de 20% die niet goed scoort? Pas als we het per afdeling en per patiëntengroep in kaart brengen, dan motiveer je professionals om in actie te komen.” Anne-Maria hoopt en verwacht dat de tool die motivatie wel biedt. “We hebben vorig jaar een pilot gedraaid in Zorg RVE1 (Geboortecentrum, kinderafdeling en gynaecologie) en daar veel van geleerd. Een professional heeft verdiepingsvragen waarop het systeem een antwoord moet bieden. Het dashboard geeft overzicht en inzicht (hoe vaak komt iets voor, bij wie en wanneer) op basis van door de professional zelf in SAP ingevoerde gegevens. Dat zorgt ervoor dat het ‘nut’ van registreren beter wordt ingezien. Omdat professionals weten waarom ze iets doen (en niet alleen omdat dit extern wordt gevraagd) wordt de registratie beter. Dat is dan de mooie bijvangst van dit project. Uiteindelijk is het natuurlijk pas geslaagd als we hiermee daadwerkelijk verbeteringen in de patiëntenzorg weten te realiseren.”